Tussen zee en bergen biedt de boog van de Rif prachtige wandelpaden. Betrekkelijk gemakkelijke routes die toch niet druk bezocht worden.
De Rif, dicht bij Tanger en Tétouan, ligt niet op de grote toeristische routes. Daarom is het een favoriete bestemming voor bezoekers die het authentieke Marokko willen ontdekken. De hoogste toppen bereiken zelden de 2000 meter. De regio heeft een kustlijn van 120 km, tussen de wadi Laou en El Jebha. Het vertrekpunt van de wandeltochten is meestal Chefchaouen.
Ten westen van de Rif beslaat het nationale park van Talassemtane (60.000 ha) een prachtig berggebied, met hoge kliffen die met hun voeten in de Middellandse Zee staan. Op de kalkstenen kliffen rond Chefchaouen groeien steeneiken, kurkeiken, sparren en wilde olijfbomen. De witte en rode rotswanden vormen een opmerkelijk contrast met de verschillende groennuances diep in de dalen. Met een verrekijker kunt u tal van roofvogels zien, waaronder de koningsarend, maar ook berggeiten en gazelles en, met een beetje geluk, een groepje berberapen. De hoogste top van de Rif reikt tot 2456 meter, de Tidighine bij Ketama. De wandeltochten zijn hier iets zwaarder. Het gebied is ook een veel bezochte plaats voor speleologen. Liefhebbers van mountainbike, voettochten of paardrijtochten kunnen hier hun hart ophalen, en bovendien laat de ontdekking van het landschap van de Rif zich goed combineren met een kennismaking met de cultuur van de regio.
De tochten in het Rif-gebied zijn minder bekend dan andere paden in Marokko, maar bieden onvermoede rijkdommen en ontdekkingen voor een avontuurlijk verblijf.